top of page

BRIEF AAN KAT

23 maart 2026 - Brussel

Liefste Kat,

Zondag stuurde ik je - zonder het zelf te weten - mijn allerlaatste berichtje. Ik liet je weten dat ik die moeilijke dag aan je dacht, dat ik een kaarsje voor je mama brandde en dat ik ook jou veel licht stuurde. Je kinderen waren intussen vast al ferme tieners, typte ik nog met een vraagteken achter. En voordat ik je ten slotte twee virtuele kusjes toewierp, schreef ik dat je me altijd iets mocht laten weten als je nog eens wilde afspreken.

Dat zal nooit gebeuren.

Want nadat ik mijn boodschap verzond, googelde ik je naam. Het was al een paar jaar geleden dat we elkaar nog hadden gehoord en wie weet was je eerder die ochtend wel op de herdenking van de aanslagen in de luchthaven; de plek waar je mama exact tien jaar geleden op de meest lafhartige manier uit je leven werd gerukt. Misschien had je er als nabestaande het woord genomen of misschien had ik je op foto’s tussen de aanwezigen herkend.

 

Je was er inderdaad, maar niet als aanwezige.

‘Zweedse Katarina op herdenking erkend als 36ste slachtoffer van aanslagen’, las ik in een krantenkop die amper twee uur oud bleek. Verward klikte ik het artikel aan. ‘Tien jaar na de aanslagen is Katarina Viktorsson officieel erkend als 36ste dodelijke slachtoffer. Haar naam prijkt voortaan op het gedenkteken in de luchthaven van Zaventem.’ Ik weet niet meer hoe lang ik naar mijn scherm heb zitten staren toen ik over je zelfdoding van enkele weken geleden las, Kat. Ik weet alleen dat ik er kapot van ben.

Toen je mama op 22 maart 2016 op een onwezenlijke manier vermoord werd, was onze vriendschap een half jaar oud. Ik zie nog exact voor me op welk stukje gras van het Maximiliaanpark ik je voor het eerst zag, toen jij daar ’s avonds laat tenten voor vluchtelingen opzette. Als een geboren leider met indrukwekkende Zweedse kampeerskills gaf je vrijwilligers instructies. ‘Voor welke organisatie werk jij?’, hoor ik mezelf nog verwonderd vragen. Die vraag bracht je aan het lachen. Je was gewoon een jonge mama die niet tegen onrecht kon en die dus elke dag na haar werkuren vrijwillig kwam helpen. Je was een kleine heldin. En God, wat keek ik naar je op.

Ik schrijf dit, Kat, omdat ik wil dat mensen weten wie je was. Maar ik wil ook dat ze weten hoe hard je hebt moeten vechten. De verhalen die je me na 2016 vertelde, waren hartverscheurend. Hoe de overheid en verzekeringsmaatschappijen jou telkens weer in de steek lieten. Hoe de luchthaven in een mum van tijd met tientallen miljoenen euro’s kon heropgebouwd worden, maar hoe er geen cent beschikbaar leek te zijn voor de psychologische ondersteuning van nabestaanden en overlevers. Hoe die veel te lange strijd voor een minimum aan erkenning – een strijd die nooit een strijd had mogen zijn – je mentaal, fysiek en financieel onderuithaalde. Je naam op die gedenksteen legt in ieder geval een pijnlijke realiteit bloot: om écht als slachtoffer gezien te worden, moet je blijkbaar eerst doodgaan.

Zondag vertelden nabestaanden op de herdenkingen hoe eenzaam ze zich voelden. Sommige getuigenissen gingen door merg en been. Omdat het tien jaar geleden is, kregen overlevers zoals jij – terecht – overal een forum. Een week lang stonden de kranten vol interviews en dit weekend luisterden de koning en de koningin, onze ministers en andere belangrijke politici aandachtig naar jullie verdriet. Maar intussen is het maandag, zijn de schijnwerpers alweer weg en gaat het leven gewoon weer verder. Binnenkort vieren we Pasen en praat niemand nog over jullie leed. Nooit eerder drong het zo diep tot me door hoe ongelooflijk onrechtvaardig dat moet voelen.

Kon ik de klok maar terugdraaien, Kat. Dan had ik onze vriendschap in de coronajaren niet zomaar laten verwateren. Of dan had ik je tijdens het slopende assisenproces in 2023 op z’n minst nog eens gebeld. Op eender welke dag van het jaar had ik je verdomme kunnen bellen. Maar niets van dat alles heb ik gedaan. Ze zeggen vaak dat we na de aanslagen als samenleving hebben getoond hoe sterk en onoverwinbaar we zijn; hoeveel veerkracht we hebben laten zien. En dat klopt. Maar we hebben ook gefaald.

Het enige dat vandaag zinvol voelt, is door deze stad stappen. De stad die al zo lang jouw thuis was en die plots zo anders voelt. Ik ga stilstaan bij jouw appartement om er naar het balkon te staren waar we vaak zaten. En ik weet niet of het me zal lukken – terwijl ik dit schrijf, klinkt het als een onmogelijke opdracht – maar onderweg zal ik lachen naar iedereen die ik tegenkom. Omdat ik weet dat jij dat ook deed. Omdat de oneindige menselijkheid die jij in je had en op deze wereld afstraalde, door deze straten moet blijven stromen.

Bedankt voor zoveel, Kat.

Het ga je goed,

Lidi

© 2024 door Lidewij Nuitten.

bottom of page